De appels en peren van internetapplicaties

De appels en peren van internetapplicaties
Wist u dat Topicus met ParnasSys en VOCUS tot op heden de enige echte webbased leerlinginformatiesystemen biedt op de Nederlandse markt? Een volledige ASP van de tweede generatie? Andere systemen lijken webbased te zijn, maar ze zijn het niet. Ze hebben dan ook niet de voordelen die een echte ASP biedt.

Lees hier over de verschillen, zodat u in uw afweging geen appels met peren vergelijkt! Ofwel: laat u geen knollen voor citroenen verkopen.

 

ParnasSys is een volledig web-gebaseerde oplossing. Dit brengt een aantal grote voordelen met zich mee. Zo hoeft op de PC van de eindgebruiker geen software geïnstalleerd te worden om met de applicatie te kunnen werken. Dit brengt een enorme besparing met zich mee bij het werkplek­beheer binnen de instelling. Tevens kan de applicatie vanuit huis of vanuit een willekeurige andere locatie via het internet benaderd worden. 

Webapplicaties lenen zich bij uitstek om als dienst te worden aangeboden. De applicatie wordt in dat geval aangeboden als onderdeel van een totaalpakket dat bestaat uit hosting, technisch beheer en onderhoud. De besparing aan hardware- en beheerkosten is vaak aanzienlijk zijn. Het aanbieden van software over een netwerk staat bekend als Application Service Providing (ASP) of Software as a Serve (SaaS).

Het is van belang om goed onderscheid te maken tussen de verschillende vormen waarin leerlinginformatiesystemen worden aangeboden. ParnasSys is de eerste échte en tot nu toe enige ASP van de tweede generatie - met alle voordelen van dien.

 

Hoe worden leerlinginformatieystemen aangeboden en wat zijn de verschillen?

A.  Traditionele client-server applicatie met web-portal

B.  Managed server via remote desktop (eerste generatie ASP)

C.  Volledig web-gebaseerde applicatie via ASP


 

 

Figuur 1: In een traditionele client-server architectuur draait een specifieke client applicatie op de PC van de eindgebruiker. Soms is aan de applicatie een web-portal gekoppeld om bepaalde doelgroepen (bijvoorbeeld docenten) toegang te geven tot specifieke functionaliteit (bijvoorbeeld het leerlingdossier).  

De meeste leerlinginformatiesystemen die op dit moment op de markt zijn behoren tot de traditionele client-server applicaties. Omdat voor het benaderen van de data op de server specifieke software noodzakelijk is (de client) is de toegang tot het systeem in de praktijk beperkt tot het intranet van de instelling. Om specifieke groepen eindgebruikers (bijvoorbeeld docenten) toegang te geven is in tweede instantie vaak een web-applicatie aan de server gekoppeld. Een web-applicatie heeft echter een geheel andere architectuur dan een client-server applicatie. Zo bevat de client van een client-server applicatie veel logica zoals checks op invoergegevens die niet door de web-applicatie kan worden aangeroepen. Deze logica zal opnieuw moeten worden geïmplementeerd. Dit komt de onderhoudbaarheid van de gehele applicatie niet ten goede!

 


Figuur 2: In een eerste generatie ASP architectuur wordt de tradionele client-server applicatie centraal gehost en benaderd over een beveiligde verbinding (Virtual Private Network, VPN) via een zogenaamde remote desktop. Het beheer en onderhoud van de server wordt extern belegd.  Leveranciers van client-server applicaties bieden soms aan om de applicatie centraal te hosten zodat het beheer en onderhoud van de applicatie geheel kan worden uitbesteed. De applicatie wordt in zo’n geval benaderd via een remote desktop over een beveiligde internetverbinding (VPN). Deze constructie staat bekend als eerste generatie Application Service Providing (ASP).  

Zoals eerder gesteld biedt een ASP een aantal grote voordelen voor de afnemer. Hosting, beheer en onderhoud vergt de inzet van specialisten die niet bij iedere instelling beschikbaar zijn. Door deze resources te delen met andere afnemers kunnen kosten bespaard worden.
Client-server applicaties zijn echter van nature niet geschikt om vanuit een datacentrum te worden aangeboden. De extra overhead die noodzakelijk is om deze applicatie te benaderen (remote desktop, VPN-verbinding) gaat ten koste van de performance en het gebruikersgemak. Deze optie gezien kan worden als een tussenstap om met behulp van een bestaande applicatie een ASP-dienst op te starten en op deze manier de levensduur van het pakket te verlengen.

 

 

Een web-applicatie is ontwikkeld om gebruikt te worden via een netwerk en is om die reden bij uitstek geschikt voor het aanbieden van functionaliteit in ASP. Gebruikers hebben aan een generieke web-browser genoeg om de applicatie te benaderen. Standaard voorzien alle web-browsers in SSL-encryptie zodat ook voor de beveiliging geen specifieke software noodzakelijk is. Web-applicaties kunnen bovendien zodanig schaalbaar opgezet worden dat met behulp van één server enkele honderden gebruikers tegelijk bediend kunnen worden. Door dit schaalvoordeel wordt de efficiency van de hosting en het beheer enorm verhoogd, verbeteringen die zich uiteindelijk vertalen in lagere kosten voor de eindgebruiker.

 


Figuur 3: Een volledig web-gebaseerde applicatie is bij uitstek geschikt voor het aanbieden in ASP. Voor de applicatie is van nature geen software noodzakelijk op de PC van de eindgebruiker. Op een enkele webserver kunnen enkele honderden gebruikers tegelijk werken. De leerling­administratie is via een webservice real-time gekoppeld aan een Electronisch Leeromgeving (ELO).Het belangrijkste voordeel van een web-applicatie is gelegen in het feit dat eenvoudig real-time koppelingen gelegd kunnen worden met andere systemen door middel van web-services. Met behulp van dit op XML-gebaseerde protocol kunnen applicaties elkaars logica aanroepen en bijvoorbeeld gegevens opvragen of doorgeven. Aan een deelnemeradministratie kan op deze wijze met minimale inspanning een elektronische leeromgeving (ELO), een portfoliosysteem of een verzorgerportal gekoppeld worden.