Hoogbegaafd, nou én...?!

Hoogbegaafd? Dat lijkt me erg handig, want hoogbegaafde kinderen maken toch nooit fouten? Die weten alles en hebben toch geen uitleg nodig? Ik zie ze wel eens aan het werk met een thema of een project, maar dat is toch voor ieder kind leuk? Zomaar een aantal zinnen die je op een willekeurig moment kunt horen, wanneer je een gesprek over hoogbegaafdheid begint. Ook gesprekken die tien jaar geleden op mijn school zouden gevoerd kunnen zijn. Inmiddels tien jaar en veel ervaring verder weten we dat het toch wel iets anders ligt. Wat is er dan precies anders? Hoe kun je een antwoord geven op de ondersteuningsvraag van hoogbegaafde kinderen en welke onderdelen van ParnasSys kun je daarbij benutten?  

1. Waarom 

Om binnen je klas, school of bestuur efficiënte en kwalitatieve begeleiding te kunnen bieden, is het stellen van de waarom-vraag essentieel. Waar geloof je in als je denkt aan hoogbegaafdheid? Wat zijn jouw overtuigingen over deze doelgroep? Zie je hoogbegaafden als een specifieke doelgroep? Zo maar enkele vragen die het denkproces over hoogbegaafdheid op gang kunnen brengen.  

Het begrip hoogbegaafdheid wordt zeer uiteenlopend gedefinieerd. De theorie van Tessa Kieboom maakt een onderscheid tussen het cognitief luik (denken) en het zijnsluik (voelen) en binnen het kader voor ontwikkeling van Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) worden er accenten gelegd op het creatief, kritisch en analytisch denken. Zowel bij Kieboom als bij de SLO is duidelijk dat het over meer gaat dan enkel een hoge intelligentie of talent. Waar het om gaat is dat hoogbegaafden worden gezien als een specifieke doelgroep die een specifieke ondersteuningsvraag hebben. In de volgende alinea wordt dieper ingegaan op de hoe-vraag bij hoogbegaafdheid. 

2. Hoe 

In de voorgaande alinea is ingegaan op het zien van hoogbegaafden als een aparte doelgroep met een specifieke ondersteuningsvraag. De modellen van Tessa Kieboom en het kader van ontwikkeling van het SLO kunnen helpend zijn bij het krijgen van zicht op de ondersteuningsvraag; hoe komt deze specifieke doelgroep het best tot leren?

Hoogbegaafde kinderen hebben instructie nodig en leren (net als andere kinderen) ook van hun fouten. Het probleem is vaak dat het reguliere onderwijsaanbod onvoldoende uitdaging biedt. Zodra een kind start in het basisonderwijs komt het kind voor het eerst in aanraking met wat leren op school is.

Moet je je voorstellen dat je tot en met groep 6:

  • nog nooit een hulpvraag hebt hoeven stellen,  
  • nog nooit in de samenwerking hebt geprofiteerd van de input van de ander,  
  • of hebt moeten doorzetten om tot nieuwe inzichten of kennis te komen.  

Als je dat in groep 7 dan opeens wel moet doen, dan is dat heel eng. Het is dan eenvoudiger om maar te roepen dat het stom en saai is of niets te zeggen en stil in een hoekje te gaan zitten. Waar andere kinderen bovengenoemde vaardigheden ontwikkelen doordat de cognitieve uitdaging van een voldoende niveau is, is dit voor hoogbegaafde kinderen vaak niet het geval. Er bestaat dan een kans dat vaardigheden niet aangeleerd worden.  

Meer aandacht voor gedrag en vaardigheden! 
Om tegemoet te komen aan de ondersteuningsvraag van (hoogbegaafde) kinderen is het helpend om het accent op gedrag en vaardigheden groter te laten zijn dan bijvoorbeeld het accent op Cito-resultaten. Immers, deze Cito-scores zijn resultanten van hoe het in basis met een kind gaat op het gebied van betrokkenheid en welbevinden. Misschien denk je nu: ‘mooi verhaal, maar, is dit niet voor ieder kind zo?’ Een mooie vraag om nog eens verder uit te diepen. 

3. Wat 

In de voorgaande alinea’s is ingegaan op het waarom en hoe bij hoogbegaafdheid. Hieronder wordt ingegaan op de wat-vraag bij hoogbegaafdheid; hoe bepaal je nu wat die hoogbegaafde leerling nodig heeft?  Hierbij wordt stilgestaan bij het werken met de groepskaart en Zien! en de leerlijn kader voor ontwikkeling van de SLO. 

Groepskaart 
Een van de dashboards binnen ParnasSys is de groepskaart. Op deze kaart worden allerhande gegevens getoond. Hieronder is een schermafbeelding van de groepskaart te zien. Aan de linkerkant van deze kaart worden scores van Zien! getoond, namelijk betrokkenheid (BT) en welbevinden (WB).

Niet-methodetoetsen en Zien! 
Daarnaast zijn scores van de niet-methodetoetsen zichtbaar. In dit geval zie je scores van de Cito-toets Rekenen en Wiskunde (RW). 

Bij Raymon en Paul staat een niveau V te lezen als resultaat op de RW-toets. Echter, kijkend naar de scores behorende bij Zien! is er een duidelijk verschil zichtbaar. Bij Raymond staat er 100 als resultaat voor zowel betrokkenheid (BT) als welbevinden (WB) en bij Paul 39 (BT) en 38 (WB). Wanneer we een stukje verder naar rechts op de kaart kijken, is zichtbaar dat Raymond een 3.6 score op de methodetoetsen laat zien. Voor Paul is dit een 9.1. 
  
Beide jongens hebben een intensief aanbod op het gebied van rekenen. Dit is zichtbaar bij de plannen (Re Re) Op basis van de Zien!-observatie van de leerkracht lijkt Raymon betrokken te zijn en goed in zijn vel te zitten. Voor Paul is dit anders. Stel je nu voor dat Paul een hoogbegaafde leerling is, die roept dat het saai is en tot en met groep 6 geen enkele hulpvraag heeft hoeven stellen. Zou je dan moeten beginnen bij het aanbieden van extra rekenen of is er iets anders nodig?  

(Niet-)methodetoetsresultaten 
Ook het verschil tussen het resultaat op de methodetoets en de niet-methodetoets is interessant. Wat zou hierachter zitten? Kortom liggen de accenten op dit moment op de juiste plek? Stel dat Paul een creatief denker is op basis van het kader van ontwikkeling van de SLO en uit de bespreking van de afgenomen Cito blijkt bij dat hij bij de afname van de Cito-toets enkel creatief heeft gedacht? Dan is het resultaat wellicht verklaarbaar? Hoe mooi zou het zijn dat deze stimulerende factor en/of belemmerende factor terug zou zijn te zien bij de notities? 
  
Sociale vaardigheden: onderpresteren? 
Om nog dieper in te gaan op het gedrag zou de complete observatie van Zien! geopend kunnen worden. Hieronder wordt duidelijk dat bij Paul niet of nauwelijks Sociaal Initiatief (SI) of Sociale Autonomie laat zien. In hoeverre zou hier sprake zijn van een kind die het al heeft opgegeven en wellicht aan het onderpresteren is? 

Nieuwsgierig naar achtergrond van gedrag? 
Uiteraard is bovenstaande slechts een voorbeeld, maar wel een denkwijze die tegemoetkomt aan het accent leggen op het gedrag. Kritisch kijken naar wat een kind je laat zien. Het gedrag komt ergens vandaan. Ben jij als leerkracht oprecht nieuwsgierig om dit te ontdekken en te achterhalen waarom een kind specifiek gedrag aan je laat zien? 

Een andere mogelijkheid om dieper in te gaan op het gedrag en dan specifiek op het thema hoogbegaafdheid is de leerlijn kader voor ontwikkeling. Ik zal hieronder kort ingaan op de inhoud van de leerlijn. 

Leerlijn kader voor ontwikkeling (SLO). 
Binnen ParnasSys bestaat de mogelijkheid om te werken met de leerlijnenmodule. Dit is een aparte module die het mogelijk maakt om specifieke leerlijnen in te laden en/of zelf te maken. Zo ook de leerlijn kader voor ontwikkeling (SLO). Wil je zicht op ontwikkeling voor deze specifieke doelgroep, dan maakt het gebruik van de module leerlijnen het mogelijk om kinderen systematisch en cyclisch te volgen op verschillende doelen op het gebied van zelfsturing, zelfinzicht, motivatie, samen leren, ICT-vaardigheden en communicatie. Voor meer informatie zie deze site.  

Samenvattend

Kortom er zijn uiteindelijk verschillende mogelijkheden om antwoorden te geven op de wat-vraag. Het begint bij het beantwoorden van de waarom-vraag, oftwel visie op het hoogbegaafde kind. De modellen van Kieboom of de SLO zijn helpend om taal te creëren en gaan uiteindelijk beiden over het accenten leggen op vaardigheden. Zicht te krijgen op het gedrag van kinderen. Je krijgt iedere dag een kans om een kind beter te leren kennen en verder te mogen helpen. Benut daarbij het overzicht dat ParnasSys je biedt om alle informatie met elkaar in verband te brengen. 
  
En ja, dat is voor ieder kind van belang en voor de specifieke doelgroep hoogbegaafden een mogelijke sleutel tot succes! 

Wil jij meer weten hoe je ParnasSys kunt inzetten voor het signaleren en planmatig begeleiden van (hoog)begaafde leerlingen? Meld je dan aan voor het tweedaagse experttraject! Klik hier voor meer informatie.

Erwin Dekker

Onderwijsadviseur en schoolleider

Gouwe Academie

De ParnasSys Academie van Gouwe Academie biedt scholingen en begeleiding op maat voor het gebruik van ParnasSys en aanvullende modules.