Onderwijskwaliteit en de Staat van het Onderwijs 2020

Positieve punten én zorgen. Dat is de teneur in de Staat van het onderwijs 2020, geschreven door de Onderwijsinspectie. In deze blog zet ik de grootste zorg rond schoolkwaliteit naast een haalbare uitdaging die ervoor zorgt dat de verrassing omdraait: van grote zorg naar verrassend succes.

Paradoxen in de Staat van het Onderwijs

Hoe kan de onderwijskwaliteit verbeteren als er een toenemend aantal zwakke of zeer zwakke scholen is? Welke dingen leren we van goed presterende scholen en hoe helpt het instrumentarium van ParnasSys|Schoolkwaliteit om deze punten te verzilveren?

Daarnaast bekruipt mij een verbazing bij het lezen van het rapport. Hoe kunnen scholen die onvoldoende scoren op de standaard Kwaliteitszorg, voldoende scoren op de standaard Kwaliteitscultuur? Wat moeten we met deze paradox?

De grootste zorg: te weinig sturing op kwaliteit

In 2019 steeg het aantal scholen met het predicaat onvoldoende of zeer zwak (van 1% naar 1,5% van de basisscholen). Naast oorzaken als een nieuw waarderingskader met hogere eisen en het lerarentekort, ligt de grootste oorzaak bij te weinig sturing op kwaliteit. Bij zwakke besturen zijn er geen duidelijke doelen, wordt er te vaak gewisseld in doelen en worden er geen prioriteiten gesteld.

  1. Door gebrek aan monitoring van, en sturing op, onderwijskwaliteit ontstaat er geen duurzame verbetering in schoolorganisaties, zo lezen we op pagina 61 van het rapport. Dat komt omdat leraren geen gedragsverandering laten zien en daarom ontstaat er onvoldoende beweging in scholen. Beter zicht op resultaten van leerlingen en anders lesgeven is dus van cruciaal belang.
  2. Het tweede, herkenbare punt is dat effectieve sturing op onderwijskwaliteit mogelijk is vanuit een gedeelde visie en daarvan afgeleide doelen. Bij zwakke scholen ontbreekt dit en is monitoring dus ook onmogelijk.

Behoefte: gedeelde visie en doelen voor de lange termijn

Waar vraagt dit om volgens het rapport?

  1. Ten eerste om leiderschap van schoolleiders in het opstellen van een gedeelde visie rond goed onderwijs en doelen voor de langere termijn.
  2. Ten tweede om het gesprek over de resultaten in het team, vergeleken met de doelen van de school.
  3. En vervolgens om goed zicht op de resultaten en de basiskwaliteit door het bestuur en de scholen samen.

Wens: proactieve houding van besturen en scholen

Bij scholen die wel eigen doelen stellen, signaleert de inspectie dat er veel verschillen bestaan tussen scholen en dat het niet goed mogelijk zou zijn om een generiek, landelijk beeld te vormen van de onderwijskwaliteit.  Daarbij komt de observatie dat de regie-voerende rol van besturen rond onderwijskwaliteit verschillend ingevuld wordt in het land. De autonomie die scholen krijgen wordt wisselend ingenomen. Daarom pleit de inspectie voor heldere kaders vanuit de overheid waarbij monitoring beter mogelijk wordt (pagina 57).

Zou het kunnen dat scholen juist ruimte ervaren in de autonomie die zij krijgen sinds het nieuwe waarderingskader? En blijft dat zo als er ‘helderder kaders’ gesteld worden? Daarom is het temeer belangrijk dat scholen en besturen hun autonomie weloverwogen innemen; door het stellen van ambitieuze doelen, passend bij hun visie op goed onderwijs.

Schoolcultuur zegt veel over onderwijskwaliteit

De inspectie constateert dat bij twintig procent van de bezochte besturen, het onderdeel Kwaliteitszorg niet op orde is. De inspectie wijst terecht op het punt dat de schoolcultuur veelzeggend is voor de onderwijskwaliteit binnen een organisatie.

  • Scholen die goed presteren organiseren bijvoorbeeld het professionele gesprek tussen leraren over kwaliteit (onduidelijk is of dit gesprek alleen over resultaten gaat of ook over andere dingen). Daarmee ligt de verantwoordelijkheid ook bij teamleden en niet alleen bij de schoolleiding.
  • Daarnaast hebben zij een bestuur dat lerend vermogen organiseert door het gesprek over kwaliteit te voeren.

Dat zijn wezenlijke elementen die we terugvinden in organisatieliteratuur.

Kwaliteitscultuur op orde, kwaliteitszorg niet?

Wat mij hier verbaast, is dat één op de vijf besturen kennelijk onvoldoende scoort op de standaard Kwaliteitszorg, terwijl er minder (slechts tien procent van de scholen) scholen een onvoldoende halen bij Kwaliteitscultuur. En: slechts acht procent van de besturen heeft de standaard Verantwoording en dialoog niet op orde. Hoe kan het zijn dat besturen of scholen de kwaliteitscultuur ‘op orde hebben’ terwijl het geheel van kwaliteitszorg beneden de maat is?  Voeren zij dan toch het professionele gesprek over resultaten binnen teams terwijl er geen zicht op die resultaten is? En weten ze dit vervolgens in hun jaarverslag afdoende weer te geven?

Kwaliteitscultuur en -zorg versterken elkaar

De vraag is wat we verstaan onder kwaliteitscultuur en kwaliteitszorg. Zou het kunnen dat dit geen separate gebieden zijn en dat ze elkaar versterken? Cultuur is voor een groot deel het gedrag van mensen in een organisatie. Kwaliteitszorg lijkt meer te gaan over de structuur, het stelsel waarmee gewerkt wordt. Maar het gedrag van mensen maakt verschil: een goed systeem en slechte naleving levert onvoldoende op, net als een consequente instandhouding van een wankel systeem. Daarom lijkt het oefenen in het gebruik van een adequaat systeem een aanrader. Ik kom daar in de volgende alinea op terug.

Perspectief bij onderwijskwaliteit: ambitieuze doelen stellen

De zorg rond zicht op Onderwijskwaliteit omzetten in succes kan eenvoudig door het stellen van ambitieuze doelen op bestuurs- en schoolniveau. De module Onsbeleidsplan biedt daar goede mogelijkheden voor. Daar kunnen (strategische) doelen beschreven worden die vervolgens in Mijnschoolplan op schoolniveau verder uitgewerkt kunnen worden. Deze kunnen gelinkt worden aan de bestaande standaarden van de inspectie, zodat op school- en bestuursniveau een overzicht ontstaat van de eigen ambities die geformuleerd zijn.  

Organiseer gesprek over onderwijskwaliteit

Tot slot: het gesprek over onderwijskwaliteit moet dus georganiseerd worden. Binnen het bestuur en op de scholen. De dialoog over goed onderwijs, de opvattingen van leraren daarover en het reflecteren op de gestelde doelen wordt onder andere gefaciliteerd binnen ParnasSys|Schoolkwaliteit. Zicht op de prestaties van de school is binnen deze systemen al gerealiseerd. Het duiden daarvan is de uitdaging voor elke bestuurder en schoolleider!

Benieuwd naar de mogelijkheden? Neem vrijblijvend contact met ons op!

Anton de Jong

Onderwijsadviseur schoolkwaliteit

Driestar onderwijsadvies

De ParnasSys Academie van Driestar onderwijsadvies biedt scholingen en begeleiding op maat voor het gebruik van ParnasSys en aanvullende modules.