Eén richting, eigen identiteit: hoe Schoolkwaliteit PRO8 ondersteunt
Stichting PRO8 werkt hard aan de voorbereidingen voor de nieuwe beleidsperiode. Met Schoolkwaliteit van ParnasSys vertalen ze hun visie en de inzichten van de afgelopen jaren naar een beleidsplan dat lééft op 15 scholen. Schooldirecteur en Schoolkwaliteit-expert binnen het bestuur Babs Feijen vertelt hoe ze dat doen.
Een nieuwe wereld
PRO8 stelde het scherp in hun beleidsplan, drie jaar geleden: ‘We willen meer zicht op gezamenlijke doelen, zodat we vanuit verbinding kunnen werken en elkaar versterken.’ Dat was namelijk niet vanzelfsprekend. PRO8 bestuurt 15 basisscholen in de Achterhoek, verspreid over vier gemeenten. Van 46 tot 464 leerlingen, elk met een eigen kleur, team en populatie. Hoe zorg je als bestuur dat al die scholen dezelfde richting op bewegen, maar ook hun eigenheid behouden?
Nu, vlak voor de nieuwe beleidsperiode, zijn ze een heel eind gekomen. Directeuren, kwaliteitscoördinatoren en leerkrachten spreken steeds meer dezelfde taal. Bestuursdoelen landen in schoolplannen. En het eigenaarschap is overal in de organisatie voelbaar.
Iedereen aan tafel
Babs Feijen maakte die omslag van dichtbij mee. “We hebben grote stappen gezet. We ontwikkelden samen een sterke visie en richtten innovatiegroepen op die zich richten op drie pijlers: de brede basis, ondernemend werkgeverschap en duurzaamheid. De brede basis betekent dat elk kind rekenen, taal en lezen goed meekrijgt, maar ook digitale vaardigheden, burgerschap en de kans om talenten te ontdekken. Bij werkgeverschap kiezen we voor kwaliteit, ook met personeelstekort. En duurzaamheid gaat verder dan gebouwen. We willen kinderen opvoeden tot wereldburgers die verder denken dan zichzelf.”
Dat bepaalden ze niet alleen op het bestuurskantoor, legt Babs uit. “Iedereen deed mee: directeuren, leerlingenraad, GMR-leden en teamleden. Dat maakte het beleid breed gedragen.”
We spreken nu dezelfde taal: kwaliteitscoördinatoren, directie, leerkrachten. Dat maakt het makkelijker om dingen af te spreken en te duiden wat iets betekent.
Structuur als verbindingsmiddel
Maar een gedeelde visie is één ding. Zorgen dat die ook doorwerkt op vijftien scholen is iets anders. Daarvoor gebruikt PRO8 Schoolkwaliteit van ParnasSys.
“We leggen de strategische pijlers vast in Onsbeleidsplan, met personeelsparagrafen en kaders die voor alle scholen gelden. Die teksten komen automatisch in het strategische deel van de schoolplannen van elke school. Ook de ambitiedoelen komen in het schoolplan terecht”, legt Babs uit. “Elke school selecteert vervolgens welke doelen voor hen gelden en vult ze aan met eigen ambities. Zo gaan we dezelfde kant op, maar behoudt ook ieder zijn eigenheid.”
Hoe dat er in de praktijk uitziet? “Op mijn eigen school organiseerden we bijvoorbeeld een typecursus om de kansengelijkheid te verbeteren. Andere scholen kozen voor scholing in dans of theater, in het kader van talentontwikkeling.”
Doelstellingen worden heel bewust gekozen. Het liefst zo min mogelijk. “Maximaal drie grote en acht kleinere. Dan blijft het behapbaar en overzichtelijk. Het grote geheel moet voor ogen blijven.”
Meten om te sturen
PRO8 gebruikte vervolgens de vragenlijsten van WMK om de vorderingen te meten. Tenminste, een soort van. “De lijsten pas ik wel een beetje aan op onze situatie. Vervolgens meet ik hiermee de basiskwaliteit, leerlingtevredenheid, oudertevredenheid en medewerkerstevredenheid. De vragenlijsten zet ik bovenschools klaar en begeleid ik, waar nodig, collega’s, zodat iedereen de data goed begrijpt en het bestuur een eenduidig beeld krijgt van alle locaties.”
Binnen haar eigen school zet ze de vragenlijsten strategisch uit. “Als het gaat over pedagogisch-didactisch handelen, vraag ik dat uit bij de leerkrachten. Gaat het over resultaten, dan scoort de kwaliteitscoördinator.” De uitkomsten landen in de schoolrapportage, twee keer per jaar. Komt er iets uit de meting dat aandacht vraagt, dan koppelt Babs dat direct aan een innovatiegroep of de kwaliteitscoördinator. “Zo sturen we continu bij.”
Het gaat niet meer allemaal via de directeuren.
Dat is wat je wil.
Wat vier jaar opleverde
Met de nieuwe beleidsperiode om de hoek is het tijd om de belangrijkste lessen te verzamelen van de afgelopen periode. Dat wordt nog volop geëvalueerd, maar Babs Feijen ziet al veel moois. “We hebben echt wat bereikt. We ontwikkelden arrangementen voor (hoog)begaafde leerlingen en leerlingen die uitvallen op sociaal-emotionele ontwikkeling en hebben de extra ondersteuning goed geregeld.”
Bovendien staan de neuzen, mede dankzij Schoolkwaliteit, steeds meer dezelfde kant op. “We spreken nu dezelfde taal: kwaliteitscoördinatoren, directie, leerkrachten. Dat maakt het makkelijker om dingen af te spreken, om te duiden wat iets betekent. Je weet met z’n allen waar je mee bezig bent.”
En onderwijskwaliteit lééft op de werkvloer, zegt Babs. “Leerkrachten sluiten zelf aan bij innovatiegroepen. Ze evalueren zes keer per jaar de vorderingen op hun gebied en stemmen zelf af met de kwaliteitscoördinator of directeur. Ik merk dat iedereen zo bevlogen raakt dat je echt moet vechten om een plekje op de agenda. Het gaat niet meer allemaal via de directeuren. Dat is wat je wil.”
De nieuwe beleidsperiode
Nu is het een kwestie van voortbouwen, bepalen waar de volgende vier jaar de nadruk op moet liggen en dit vertalen naar de beleids- en schoolplannen. Dat is gelukkig met Schoolkwaliteit niet meer de monsterklus die het was, zegt Babs. “Vroeger was ik echt bezig met jaarplannen, reflectieverslagen, allerlei overleggen en verschillende bestanden. Nu heb ik voorbeeldteksten die kloppen met de cao en het inspectiekader, mijn jaarverslag haal ik op uit wat de innovatiegroepen en de kwaliteitscoördinator hebben bijgehouden en als ik wil weten waar een school staat, open ik gewoon de schoolrapportage.”
Lef om keuzes te maken
De directeur denkt dan ook dat veel besturen baat hebben bij de mogelijkheden van Schoolkwaliteit. Maar daarin moet je wel één ding onthouden: een kwaliteitssysteem is géén doel op zich. “Er kan van alles, maar je hoeft niet alles. Ik zet bijvoorbeeld het schoolplan nooit op definitief, zodat ik het kan blijven bewerken. Ik laat hoofdstukken soms leeg. Je moet het lef hebben om een beetje te gebruiken wat je wil. Anders ga je een systeem bevredigen. En dat is niet het doel. Denk goed na over je visie en doelstellingen en kijk hoe het systeem daarbij past. Laat niet het systeem bepalen hoe jij werkt.”
Benieuwd hoe Schoolkwaliteit ook jouw bestuur de komende beleidsperiode kan ondersteunen? Op de productpagina van Schoonontwikkeling-bovenschools lees je alle mogelijkheden.